Bij thermisch verzinken of galvaniseren wordt onbehandeld staal ondergedompeld in een bad met gesmolten zink.  In het warme zinkbad (ongeveer 460°) reageert zink met zuurstof, waardoor zinkoxide wordt gevormd, dat verder reageert met koolstofdioxide, waardoor zinkcarbonaat (ZnCO3) wordt gevormd, een vrij sterke coating herkenbaar aan het kristalpatroon aan het oppervlak, die staal beschermt tegen roest.

Hoe gaan we bij Metal Galva Plus te werk ?

Eerst wordt het te galvaniseren materiaal opgehangen aan traversen, dit gebeurt liefst in een schuine hoek, zodat het zink en andere chemische voorbehandelingsstoffen kunnen uitvloeien.  Het ophangen kan dus worden gezien als de eerste stap die kwaliteitsbepalend is.  Bij grotere stukken die niet schuin genoeg kunnen gehangen worden is de zinkafvloei niet optimaal en wordt er aan kwaliteit ingeboet.

Daarna worden de producten ontvet, gebeitst, gespoeld en tenslotte ondergedompeld in een fluxbad.  Hierna volgt een functiebeschrijving van deze processen.

  1. Ontvetten:  de meeste constructies worden van de fabrikant uit met vet ingespoten, zodat ze tijdens het transport en overslag niet te veel roesten.  Dit vet dient in deze eerste fase verwijderd te worden.
  2. Beitsen:  dit heeft 2 functies, om te beginnen het verwijderen van roest, daarnaast het verwijderen van de walshuid, zodat er een mooi zuiver oppervlak tevoorschijn komt.
  3. Spoelen:  hier wordt ervoor gezorgd dat het zuur dat vooral in holle constructies nog aanwezig is, geneutraliseerd wordt.  Bovendien is het niet aangewezen wanneer er ijzer in  oplossing (ijzerchloride) in het laatste bad terechtkomt.
  4. Fluxen:  dit bad wordt ook wel het dubbelzouten bad genoemd (zink- en amoniumchloride).  Dit bad zorgt voor de metallurgie:  de hechting tussen het reeds gezuiverde staal en het zinkbad.  De optimale conditie van dit bad (weinig ijzerchloride en organische stoffen) wordt eveneens als een kwaliteitsbepalende factor gezien.
Wanneer het chemisch proces achter de rug is, worden de materialen met hete lucht gedroogd, om het zinkspatten zoveel mogelijk te beperken.
Vervolgens gaat de constructie in het zinkbad, waarbij na onderdompeling de bovenste laag van het zinkbad afgeschuimd of ook wel weggespaand wordt, zodat het materiaal in zuivere zink naar boven gehaald wordt.

De meeste mensen denken dat een zinkbad alleen maar bestaat uit zink.  Door de jaren heen zijn er meerdere metalen toegevoegd aan het bad, zoals tin, bismut, aluminium en nikkel.  Deze additieven hebben een functie.  Nikkel bijvoorbeeld bevordert de afvloei van het zink en zorgt er zo voor dat bij slechtere staalsoorten (met hoge silicium- of fosforgehaltes) toch nog een goede zinklaag verkregen wordt.

Na het verzinken kunnen de materialen nog gepassiveerd worden, zodat ze langer glanzend blijven en waardoor ook witroest vermeden wordt.
Ten slotte wordt de constructie afgeknipt van de traversen en vervolgens gestapeld en/of verpakt.