Deze afwijkingen kunnen leiden tot  een verhoogde contactdruk in het gewricht wat  op termijn artrose in het gewricht kan veroorzaken.

Vele patiënten met heupdysplasie zullen echter functionele hinder en pijn krijgen alvorens er artrose ontstaat. Deze klachten zijn  het gevolg van de abnormale biomechanica in het heupgewricht, de instabiliteit en eventuele secundaire impingement- en labrumpathologie.

Indien er geen of nog slechts zeer beperkte artrosetekens aanwezig zijn op de radiografische opnamen en de klachten voldoende uitgesproken zijn, kan een reconstructieve chirurgie worden verricht waarbij het gewricht behouden wordt .

Meestal situeert de afwijking zich ter hoogte van de heupkom of acetabulum. Op onze dienst orthopedie van het AZ Turnhout wordt hiervoor een periacetabulaire Ganz-osteotomie ( POA ) uitgevoerd. Door deze ingreep kan een goede standcorrectie verkregen worden; de heupkom wordt losgemaakt in het bekken en in goede positie gefixeerd.  Voordeel van deze osteotomie ten opzichte van de andere bekkeningrepen is dat de bekkenring intact  en stabiel blijft. Afwijkingen ter hoogte van de femurkop kunnen zo nodig tegelijkertijd worden gecorrigeerd.

Zeldzaam is het nodig  bijkomend of geïsoleerd een  corrigerende osteotomie van de hals van het dijbeen uit te voeren .