Dr. Jaak RoosHeupdysplasie ( D.D.H. ) is een ontwikkelingsstoornis in het heupgewricht waardoor er meestal een abnormale heupkom of acetabulum gevormd wordt. De heupkom is dan vaak slecht gevormd en kan ondiep en te steil verlopend zijn. Alzo wordt de heupkop onvoldoende overdekt. Hierdoor kan deze naar boven en uit het gewricht afglijden. Naast acetabulaire dysplasie kan de afwijking zich ook situeren ter hoogte van de heupkop en hals waarbij de kop misvormd voorkomt en de hals een te steile hoek maakt ten opzichte van het dijbeen.
Deze afwijkingen kunnen leiden tot een verhoogde contactdruk in het gewricht wat op termijn artrose in het gewricht kan veroorzaken.
Vele patiënten met heupdysplasie zullen echter functionele hinder en pijn krijgen alvorens er artrose ontstaat. Deze klachten zijn het gevolg van de abnormale biomechanica in het heupgewricht, de instabiliteit en eventuele secundaire impingement- en labrumpathologie.
Indien er geen of nog slechts zeer beperkte artrosetekens aanwezig zijn op de radiografische opnamen en de klachten voldoende uitgesproken zijn, kan een reconstructieve chirurgie worden verricht waarbij het gewricht behouden wordt .
Meestal situeert de afwijking zich ter hoogte van de heupkom of acetabulum. Op onze dienst orthopedie van het AZ Turnhout wordt hiervoor een periacetabulaire Ganz-osteotomie ( POA ) uitgevoerd. Door deze ingreep kan een goede standcorrectie verkregen worden; de heupkom wordt losgemaakt in het bekken en in goede positie gefixeerd. Voordeel van deze osteotomie ten opzichte van de andere bekkeningrepen is dat de bekkenring intact en stabiel blijft. Afwijkingen ter hoogte van de femurkop kunnen zo nodig tegelijkertijd worden gecorrigeerd.
Zeldzaam is het nodig bijkomend of geïsoleerd een corrigerende osteotomie van de hals van het dijbeen uit te voeren .